Meteorologie studeren
Meteorologie studeren
Momenteel wordt meteorologie in Nederland alleen op academisch niveau aangeboden. (Er is in de jaren 90 in Twente één jaar een HBO-opleiding meteorologie geweest, maar die is vrijwel geruisloos weer verdwenen.)
Wat heb je nodig?
Je hebt dus een VWO-diploma of een HBO-bachelor nodig die je toegang geeft tot de opleiding. De Universiteit van Wageningen en de Universiteit Utrecht hebben beiden een studie meteorologie.Wie van de middelbare school komt heeft een VWO-diploma nodig met profiel N&G of N&T. Bij N&G is het sinds enige jaren vreemd genoeg mogelijk om zonder natuurkunde een diploma te halen. Dat is niet handig voor wie meteorologie wil studeren, dus is het een vereiste om natuurkunde in je pakket te hebben gekozen. Kennis op niveau wiskunde B en natuurkunde 2 is handig om te hebben. En uiteraard is het een pré om gevoel te hebben voor wiskunde, natuurkunde, data/IT en een abstract denkniveau te hebben.
In Wageningen volg je het eerste jaar de bacheloropleiding Bodem, Water en Atmosfeer. Vanaf het derde jaar specialiseer je in de richting meteorologie. De aandachtsvelden in Wageningen richten zich op:
- Uitwisselingen van warmte, waterdamp, impuls en broeikasgassen tussen het landoppervlak en de atmosfeer
- Bestudering van het actuele en verwachte weer: weeranalyses maken, weersverwachtingen opstellen.
- Klimaatmodellering: wisselwerking tussen atmosfeer, hydrosfeer, lithosfeer en biosfeer.
- Stadsklimaat, grenslaagfysica, microklimaat en modelleren van kleinschalige fenomenen
In Utrecht volg je het eerste jaar de bachelor natuurkunde- en sterrenkunde. In het derde jaar specialiseer je in de richting meteorologie & fysische oceanografie. De aandachtsvelden in Utrecht liggen vooral op het gebied van:
- IJs en Klimaat: wisselwerking tussen gletsjers en klimaat.
- Oceaancirculatie en Klimaat.
- Atmosferische Fysica en -Chemie.
- Atmosferische Dynamica en Grenslaagfysica.
- Fysische geografie en oceanografie van kustzones.
Bij beide studies is het modelleren van meteorologische vraagstukken erg belangrijk. De studie in Utrecht benadert de vraagstukken meer vanuit een natuurkundige theoretische richting terwijl in Wageningen een meer praktische benadering gebruikt wordt.
Wat kun je later worden?
Er is veel werk dat met meteorologie te maken heeft. Als je in de operationele sector aan het werk wil (weersverwachtingen maken, communicatie, modellen draaien, media, etc.) kan je o.a. terecht komen bij de bekende weerdiensten: KNMI, MeteoGroup, Weerplaza, WeerOnline of Buienradar. Daarnaast is er ook werk in de onderzoekssector. Het KNMI, RIVM, ECN of bedrijven die onderzoek en consultancy combineren zoals Arcadis, DNV GL (KEMA) en Rijkswaterstaat hebben allemaal banen voor meteorologisch georiënteerde mensen. Ook in het buitenland is er werk te vinden bij bijvoorbeeld het WMO of het ECMWF. Sommige oud-studenten blijven na hun afstuderen op de universiteit hangen om te promoveren of om uiteindelijk zelf hoogleraar te worden. En er zijn ook afgestudeerden die een baan vinden in een sector waarin meteorologie een grote rol speelt, zoals de energiewereld van vandaag de dag.
Wat moet je je realiseren?
Weerkunde en meterorologie zijn twee verschillende dingen die veel raakvlakken, maar ook grote verschillen hebben. Het is een misvatting dat meteorologie als studie een soort hemel is voor weergeïnteresseerden. Wie liever naar een wolk kijkt dan naar een weermodel moet goed nadenken of meteorologie als studie werkelijk is wat hij wil. Je moet van informatica, wiskunde en natuurkunde houden en goed met getallen en formules kunnen omgaan: de atmosfeer is nu eenmaal een ingewikkeld ding. Ook moet je ervan houden om met grote hoeveelheden data te werken. Verder is een academische opleiding (tja, de naam zegt het al) een wetenschappelijke opleiding. Je wordt opgeleid tot wetenschapper, niet tot meteoroloog. Wie na zijn studie in de operationele sector aan het werk gaat, krijgt meestal nog een interne opleiding om het daadwerkelijke vak te leren.
Auteur: Floris Bijlsma
Revisie 2018: Hans Nienhuis